Blog

Artist in residence @ museum M: Yannick Ganseman: “Niemand wist waar ik mee bezig was, dus ik wou risico’s nemen”

©Flor Maesen

Het Leuvense museum M biedt in samenwerking met Amplo jaarlijks meerdere opkomende kunstenaars residentieruimte aan in Cas-co Leuven. M voorziet telkens voor ongeveer drie maanden ruimte en begeleiding, en Amplo geeft de artists in residence een extra duwtje in de rug op zakelijk vlak. Wij zochten schilder Yannick Ganseman op, die net het M-residentietraject bij Cas-Co achter de rug heeft.

De plaats van afspraak is Yannick’s vaste atelier in Brussel. Terwijl we ons installeren vraagt hij of we een bevriend muzikant kennen, die nu voorzitter is van de artiestencoalitie waar hij ook ooit deel van uitmaakte. “Dat was toen via het NICC, waar ik de belangen behartigde van beeldende kunstenaars. Twee jaar en half heb ik dat gedaan. In mijn kunst zal dat engagement niet opvallen, in mijn stillevens of landschappen, maar dat betekent niet dat het er niet is. Ik krijg het gewoon niet in mijn werk op een manier dat het interessant is.”

Wat zijn dan wel de dingen die je verwerkt krijgt in je kunst?

“Wel, ik heb in 2017 een solo expo gedaan in CC Strombeek en die heette ‘All Things Shining’. Die titel had mijn vriendin gesuggereerd en gaat er in feite over dat de dagelijkse objecten rondom ons meer betekenen dan ze eigenlijk zijn. Voor die expo heb ik bijvoorbeeld een melkbus gemaakt. Een exacte replica van eentje die je in de supermarkt zou vinden, maar dan uit eikenhout gekapt en helemaal handgeschilderd. Zo wou ik meer maken van de dagelijkse dingen, de dagelijkse verhalen rondom ons. Ze laten uitstijgen boven zichzelf. Zaken als de tulpen die je op tafel zet, de vaatwashanddoek die je ophangt of het kommetje waaruit je eet zijn heel dichtbij en heel belangrijk. En daar werk ik veel mee.”

Hoe ben je daartoe gekomen? Want ik las ergens dat je ooit eerst een opleiding geneeskunde was begonnen.

©Matthijs van der Burght

“Dat ben ik eigenlijk gaan studeren uit een soort koppigheid. Het oorspronkelijke plan was om Architectuur of kunst te proberen, omdat ik buiten school al veel met tekenen en kunst bezig was. Maar dan kreeg ik de klassieke opmerkingen: dat is niet evident, je gaat daar geen geld mee verdienen, ben je daar wel zeker van? Wat allemaal terechte opmerkingen zijn. Maar daarbij kreeg ik ook opmerkingen van leerkrachten dat ik niet slim genoeg zou zijn voor een universitaire richting, zeker niet voor ingenieurswetenschappen of geneeskunde. En dus heb ik mij ingeschreven voor het toelatingsexamen geneeskunde (lacht). Omdat ik op dat moment echt kwaad was. Maar goed, ik mocht toen beginnen en vond het zo boeiend dat ik niet meer gestopt ben.”

“Vooral het feit dat ik zo dicht kwam bij zulke essentiële dingen, maakte dat ik het bleef doen. Op een bepaald punt liep ik stage gynaecologie en dat was zo intens en zo mooi dat ik ’s avonds beginnen tekenen ben en beslist heb: ik ga de volgende dag niet terug naar stage. Het idee was dat niemand mij zou missen als arts. Er staat sowieso ergens een arts klaar die minstens even goed zal zijn. Maar als ik niet artistiek weergeef wat hier gebeurt, dan zijn er anderen die dit nooit kunnen ervaren. Dan ben ik iets kwijt. De volgende dag heb ik me ziek gemeld en op dat moment, als ik er nu op terugkijk, heb ik beslist dat ik artiest zou worden.”

En in die hoedanigheid ben je een tijdje geleden bij de residentiewerking van Museum M uitgekomen. Hoe is dat precies in z’n werk gegaan?

“Ze hebben mij opgebeld (lacht). Het zat eigenlijk zo, ik had een mooi en een groot atelier in Antwerpen maar dat contract liep ten einde. We vonden niet meteen iets nieuws en door corona konden we ook niet gaan rondkijken, dus we zaten met een probleem. En dat was ter ore gekomen van de curatrice die de residenties in Leuven runt. Zij had nog iemand nodig voor de residentie en in de plaats kreeg ik dan tijdelijk een atelier. Door de epidemie is de aanvang wel nog verschillende keren uitgesteld, maar in maart van dit jaar ben ik kunnen beginnen in Leuven. En ik moet zeggen dat de residentie een heel fijne periode was. Heel veel werk gemaakt, acht werken op drie maanden tijd. Ik had ook lang niks kunnen doen en dus dacht ik: nu gaan we ervoor.”

©Matthijs van der Burght

“Dat tijdelijke karakter van de residentie was een voordeel vond ik. Je weet dat je tijd beperkt is, dus alles moet gedaan zijn voor je deuren achter je dicht trekt. Je zit gewoon ook in een andere ruimte en je routine wordt doorbroken. Ik moest bijvoorbeeld dagelijks met de trein naar daar en dat zag ik elke keer als een moment om me mentaal voor te bereiden. Wat wil ik vandaag doen? Ben ik tevreden van gisteren? Je ziet de dingen er ook anders. Een journalist die langskwam merkte op dat de landschappen die ik er schilderde niet rond de ruimte te zien waren. En dat was inderdaad zo. Al de landschappen die ik in Leuven maakte, zijn uitzichten vanuit mijn huis in Brussel. Toen we er kwamen wonen vanuit Antwerpen waren we zo blij om nu wél bomen in ons uitzicht te hebben, dat ik ze direct ben beginnen tekenen. En net het artificiële van de dingen te tekenen puur op geheugen en op een andere plaats, werkte voor mij.”

“Een ander pluspunt van de residentie was, vond ik, dat museum M een fenomenaal netwerk heeft om aan te spreken. Op een bepaald moment heb ik ook gevraagd: zoek voor mij mensen die ik niet ken en die mij misschien niet liggen. Mensen waarmee het misschien wringt, maar die mij nieuwe dingen kunnen leren kennen. En op die manier hebben ze mij in contact gebracht met mensen die waarschijnlijk niet zouden geantwoord hebben, mocht ik ze zelf sturen (lacht). Maar je bouwt zo wel connecties op en daar gaat het eigenlijk over. Je probeert vertrouwen op te bouwen bij iemand zodat je verder kan groeien als kunstenaar.”

Wat voor werk heb je in Leuven gemaakt?

“Wel, in het jaar voor de residentie heb ik zoals de meesten onder ons veel thuisgezeten. Dat ben ik op zich gewoon, want als artiest zit ik zo goed als altijd thuis. Ik had al periodes meegemaakt waarin ik drie weken lang niemand zag buiten mijn vriendin. Dus dat was niet nieuw. Wat wel anders liep deze keer was dat ook de druk om een bepaalde richting uit te gaan wegviel. Niemand wist waar ik mee bezig was of had moeten zijn, en vanuit die vrijheid ontstond het idee om een aantal dingen aan te pakken waarvan ik vond dat ik ze nog niet goed kon. In de eerst plaats werken op groot formaat. Omdat ik in Leuven nu eenmaal over een grote ruimte beschikte, vond ik dat ik mijn kans moest wagen.”

©Steven Decroos

“Een tweede werkpunt vond ik zelfportretten. Gewone portretten kan ik, daar zit voor mij in wat er moet inzitten. Maar ik wou dieper gaan, dichterbij gaan. Versta me niet verkeerd, ik heb al stapels zelfportretten. Maar die wil ik aan niemand laten zien want die zijn niet goed genoeg. Dus ik wou het risico nemen om twee zelfportretten te maken in Leuven. Eentje is een naaktportret geworden van mezelf, samen met m’n pasgeboren dochtertje. Ik wou het sentiment weergeven dat rond zo’n intiem familieportret hangt, en het probleem aansnijden dat ik dat eerder nog niet kon. Het derde soort werken werden dan de landschappen waar ik eerder al over sprak.”

Kunnen mensen je werk momenteel ergens bewonderen?

“Het expositiemoment in Leuven is ondertussen gepasseerd en op dit moment lopen er geen expo’s, maar er zijn wel werken die semipermanent in de Blikfabriek hangen in Hoboken. Twee van de werken die in museum M te zien waren, hangen nu daar. Ik heb ook net te horen gekregen dat een van mijn grotere en meer persoonlijke werken is aangekocht en dat het vanaf volgend jaar zal tentoongesteld worden. Maar veel meer kan ik daar nu nog niet over kwijt. Voorlopig is dat het qua exposities, al weet je dus nooit op voorhand hoe dat loopt.”

Wat brengt de nabije toekomst nog op artistiek vlak?

“Ik ben me aan het voorbereiden op een andere residentie, eentje voor volgend jaar in het Europees Keramisch werkcentrum in Nederland. Daar ga ik proberen op technisch vlak een aantal stappen te zetten, nog grotere bas-reliëfs maken dan ik nu al maak en uit keramiek. Daarnaast wil ik ook voortgaan met de zelfportretten. Maar uiteindelijk, ik ben nu twaalf of dertien jaar bezig, heb ik nooit echt een plan. Ik kom dingen tegen en van daaruit vloeit iets voort. Zo heb ik nu een werk in m’n hoofd dat gebaseerd zal zijn op een verzameling willekeurige spullen die mijn dochtertje mij een tijdje terug kwam geven. Ze koos er bepaalde kleuren uit en ordende alles zo mooi, ook op een manier dat ik het niet zou doen, dat ik dacht: ik moet hier een werk van maken.”

Als afsluiter: zijn er nog tips die je kan meegeven aan beginnende kunstenaars?

“Ik heb ooit zelf eens, een kleine tien jaar geleden, alle hedendaagse kunstplekken die in het boekje van Kunstenpunt stonden opgebeld. Een stuk of tachtig denk ik. Heel de namiddag liggen bellen. Om uiteindelijk vier positieve antwoorden te krijgen (lacht). Mensen zeiden me toen dat ik dat niet moest doen dat opbellen, dat ze mij zelf moesten ontdekken. Maar ik vind dat je als jonge gast het lef moet hebben om ook mensen aan te spreken. Niet aanklampen, voor alle duidelijkheid, maar de durf hebben om te zeggen: ik doe dit, kunnen we een gesprek hebben? Zorg op dat moment vooral ook dat je werk hebt dat je kan voorleggen en waar je achter staat. Zorg dat je iets hebt om je durf op te baseren.”

“Doe het ook enkel voor jezelf. Doe het niet voor het geld of het succes, hoe cliché dat ook moge klinken. En weet dat het niet je achtergrond is of wat je gestudeerd hebt dat je tot artiest maakt. Veel interessante kunstenaars rollen niet rechtstreeks na een kunstopleiding de praktijk in. Guillaume Bijl was aanvankelijk een decorbouwer, Luc Tuymans heeft ooit nog als buitenwipper gewerkt, en ik ben zelf eerst arts geweest. Als je vol voor de kunst wil gaan, neem je vroeg of laat dat besluit.”

www.yannickganseman.com/
@yannick.ganseman

museum M & Cas-Co zijn partners van Amplo en zetten in op begeleiding en ondersteuning van jonge beeldende kunstenaars.