Blog

Zelfstandige worden als influencer: wel of geen must?

Het statuut van de influencer

En plots is het serieus: een bedrijf vraagt je om in ruil voor wat centen een foto van hun product op je profielpagina te delen. Wat moet je weten voor je ‘ja’ zegt?

Een centje bijverdienen als influencer? Dat kan, maar breng dan wel eerst je statuut in orde. Je inkomsten als influencer zal je immers ook aan de fiscus moeten aangeven. “De meeste influencers hebben er geen idee van hoe ze hun activiteiten, en dan vooral de financiële kant ervan, op een legale manier moeten regelen”, zegt Lisa Van Mulders van Amplo, HR-dienstverlener voor de creatieve sector. “Sommigen veronderstellen dat ze zich kunnen laten uitbetalen via de kleine vergoedingsregel. Maar dat is onterecht, aangezien influencers niet voor een kunstenaarskaart in aanmerking komen.”

Tijdelijk arbeidscontract

Dan maar meteen zelfstandige worden? “Dat is inderdaad een van de opties”, zegt Van Mulders. Al komt daar ineens wel veel bij kijken. Je moet een ondernemingsnummer aanvragen, boekhouding en administratie opvolgen enzovoort.” Voor wie het allemaal wat ingewikkeld vindt, is er ook nog een tussenweg: het interimcontract. Via een Sociaal Bureau voor Kunstenaars – zoals ook Amplo er een is – kun je voor elke opdracht die je als influencer krijgt een tijdelijk arbeidscontract laten maken. Van Mulders legt uit: “Is de prestatie geleverd, dan sturen wij de factuur aan je opdrachtgever en betalen wij je loon uit, na aftrek van sociale bijdragen en belastingen. Je geniet dus de vrijheid van een freelancer, maar bent wel evengoed beschermd als een werknemer en hebt geen administratieve zorgen.”

Ook goed om te weten: de teksten die je schrijft en de beelden die je maakt kun je voor een stuk in auteursrechten laten uitbetalen. Interessant, want voor dat deel van je inkomsten geldt een fiscaal gunstig regime. “Dat is vrij technische materie, en varieert al naargelang de situatie”, weet Lisa Van Mulders. “Je vraagt hiervoor dus best advies op maat.”

Hermien Vanoost - Bron: MARK Magazine